Rusland, oliestaat met een brandstoftekort
Rusland, een land met enorme olievelden, heeft een brandstoftekort. Zowel in de hoofdstad Moskou als in de uithoeken van het land staan er rijen bij de tankstations.
Mensen staan in een file van een kilometer voor de pomp, klaagt een taxichauffeur in Moskou tegen persbureau Reuters. In de Siberische stad Irkoetsk vertelt een bestuurder dat hij al 12 uur wacht.
Hoe kan een van de grootste olieproducerende landen ter wereld toch kampen met een benzinetekort?
De lange files frustreren automobilisten. Bij sommige tankstations gingen bestuurders met elkaar op de vuist. De schaarste wordt veroorzaakt door Oekraïense aanvallen tot ver in Rusland, later meer daarover.
Het dwingt Rusland tot harde maatregelen. Zo kwam er een exportverbod voor benzine, diesel en kerosine. In plaats van brandstof exporteren, moet de oliestaat nu juist importeren. Er werd snel een deal gesloten met India, dat een lading van 60.000 ton benzine gaat leveren. Ongeveer het Russische verbruik van een halve dag.
Vooral op de Krim, het Oekraïense schiereiland dat door Rusland wordt bezet, zijn de tekorten groot. Daar werd de noodtoestand uitgeroepen. Vanwege de tekorten mocht er helemaal geen brandstof meer verkocht worden aan consumenten.
De beschikbaarheid van brandstof in Rusland zelf wisselt. In sommige delen zijn brandstoffen goed verkrijgbaar, in andere regio's zijn er tekorten. In alle rode gebieden zijn er brandstoflimieten ingesteld door overheden of verkopers.
De tekorten zijn merkbaar in meer landen, vooral in Centraal-Azië. Kirgizië krijgt normaal gesproken 90 procent van z'n benzine uit Rusland. Inmiddels vraagt Kirgizië buurlanden om extra leveringen.
Ook Tadzjikistan krijgt doorgaans veel brandstof uit Rusland. De stijgende brandstofprijzen hebben grote impact in een land waar een kwart van de mensen onder de armoedegrens leeft.
Een vliegmaatschappij uit Oezbekistan vliegt minder vanwege een kerosinetekort. De benzineprijs in het land schoot omhoog.
De oorzaak van al die tekorten: Oekraïense aanvallen op de Russische olie-industrie.
Die zijn niet nieuw, al sinds 2023 valt Oekraïne Russische olieraffinaderijen aan. Plekken waar Rusland ruwe olie omzet naar brandstoffen zoals benzine.
Maar inmiddels doet Oekraïne dat zo effectief dat het voor tekorten zorgt. Op een partijcongres zei Poetin dat het land momenteel een moeilijke tijd doormaakt.
Aanvallen worden preciezer, zwaarder en vinden steeds dieper in Rusland plaats.
Deze week werd de grootste raffinaderij van Rusland geraakt. Die in de industriestad Omsk, op ongeveer 2500 kilometer van de Oekraïense grens. De geraakte raffinaderij ligt voorlopig stil.
Inmiddels zijn de elf grootste raffinaderijen van Rusland aangevallen, sommige herhaaldelijk. Je ziet de locaties op de onderstaande kaart.
Dat Oekraïne zo diep in Rusland kan aanvallen, komt door de verbeterde dronetechnologie van het land. Vermoedelijk werd Omsk geraakt door een nieuwe versie van de FP-1 drone.
Die heeft een explosieve lading van 60 kilo, genoeg om flinke schade te veroorzaken aan raffinaderijen vol brandbare stoffen. Het bereik is volgens de fabrikant 2600 kilometer.
De NOS analyseerde verschillende video's van de aanvallen. Daarop is te zien dat Oekraïne specifieke processen binnen de raffinaderijen aanvalt. Een populair doelwit zijn bijvoorbeeld de zogenoemde 'primaire verwerkingseenheden'.
Dat zijn enorme cilinders waar ruwe olie wordt verhit en gescheiden in verschillende producten als gas, benzine en diesel. Hieronder zie je een dwarsdoorsnede van zo'n verwerkingseenheid:
Het gaat om torens van tientallen meters hoog, cruciaal in het raffinageproces. Vanwege de omvang en hun complexe bouw zijn ze moeilijk te repareren.
Met de aanvallen weet Oekraïne de olieraffinaderijen in het hart te raken, zegt energiedeskundige Lucia van Geuns van het Den Haag Centrum voor Strategische Studies (HCSS). Zij ziet dat de techniek die nodig is voor reparaties niet altijd beschikbaar is in Rusland.
"Alleen pleisters plakken is nu niet meer genoeg"
Energiedeskundige Lucia van Geuns (HCSS)
Voor de oorlog leverden Europese landen en de Verenigde Staten specialistische onderdelen voor Russische olieraffinaderijen.
Maar nu niet meer, zegt Van Geuns. "Er geldt een westerse boycot op dit soort technologie, waardoor repareren langer duurt." Daarnaast worden olieraffinaderijen regelmatig opnieuw gebombardeerd.
Dat maakt tijdig alles repareren heel lastig. "Alleen pleisters plakken is nu niet meer genoeg", zegt de energiedeskundige.
Het gevolg is minder verwerkte olieproducten zoals benzine en diesel. Wat overblijft is de ruwe olie die Rusland nog oppompt.
"De export daarvan wordt nu juist opgevoerd, omdat Rusland door de voortdurende Oekraïense aanvallen zelf minder ruwe olie kan raffineren", aldus Lucia van Geuns.
Vooralsnog lijken de brandstoftekorten nog geen directe impact te hebben aan de frontlinie. Bij de verdeling van brandstof krijgt het Russische leger prioriteit.
Toch zijn de aanvallen volgens de Oekraïense president Zelensky een manier om de oorlog op termijn te beëindigen. "We doen dit om de prijs van de oorlog te verhogen voor Rusland. Daarmee verhogen we uiteindelijk de kans op vrede."
Hij hoopt Poetin naar de onderhandelingstafel te dwingen. Of Russische burgers tegen de tekorten en stijgende prijzen in opstand komen zal nog moeten blijken.
Volgens Lucia van Geuns kan de Russische overheid de prijzen verhogen, voorlichting geven over het zuinig omgaan met energie en noodmaatregelen afkondigen.
"Dat is wel lastig voor Poetin, want dan moet hij erkennen dat het echt een probleem is."


