Er valt nogal wat te kiezen...

Morgen zijn de gemeenteraadsverkiezingen. Jouw stem bepaalt dan wie voortaan besluiten neemt over jouw plaats, wijk of straat. En er valt nogal wat te kiezen. We zetten een aantal cijfers voor je op een rij.

Op de kieslijsten van alle gemeenten in Nederland staan in totaal:

61.571 kandidaten

In alle gemeenten komen na de verkiezingen alle raadszetels vrij. Bij elkaar opgeteld gaat het om:

8554 zetels
in
340 gemeenten

De concurrentie is dus stevig. Gemiddeld strijden voor elke zetel:

7 kandidaten

Maar dat geldt niet overal. Het aantal kandidaten en zetels verschilt namelijk sterk per gemeente. In Amsterdam en Druten is de concurrentie het grootst, terwijl je op Schiermonnikoog en in Coevorden minder keuze hebt.

Tijdens deze verkiezingen zijn bijna 200 kandidaten verkiesbaar in twee gemeenten. En dat mag. Maar word je gekozen, dan moet je wel echt willen verhuizen naar de gemeente waar je in de raad komt.

Vaak doen dubbel verkiesbare kandidaten mee in de gemeente waar ze wonen en in een buurgemeente, maar soms is de afstand ook groter dan dat:

Sommige kandidaten komen van nóg verder: bijna 60 wonen niet in Nederland. Van hen komen de meesten uit buurlanden.

We hebben alle voornamen op kieslijsten op een rij gezet. De meest voorkomende mannennaam is Jan, 2 procent van alle kandidaten heet zo. De meest voorkomende vrouwennaam Karin: 0,3 procent.

Een grappig detail: ook zo'n 2 procent van de Nederlandse bevolking heet Jan en ook ongeveer 0,3 procent Karin.

In heel veel gemeenten doen ook landelijke partijen mee, hoewel die qua visie en ideologie kunnen verschillen ten opzichte van de landelijke lijn.

Bijna tweederde van de kandidaten vertegenwoordigt tijdens de aankomende verkiezingen een landelijke partij. De rest (37 procent) een lokale.

Bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen in 2022 was er een historisch lage opkomst. Iets meer dan de helft van de stemgerechtigden ging toen naar de stembus. In 2018 was het opkomstpercentage nog 54,5 procent.

Tot 1998 was de opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen altijd (ruim) boven de 60 procent. Sinds die tijd daalt het opkomstpercentage verder.