250 jaar Verenigde Staten
Leeft de geest van 1776 nog in het Amerika van nu?
Op 4 juli vieren Amerikanen hun Onafhankelijkheidsdag. Voor veel Amerikanen draait het volksfeest om de vuurwerkshows en het vlagvertoon. Pracht en praal. Vaderlandsliefde.
Toch heeft die dag ook een diepere laag. 4 juli markeert de periode die 250 jaar geleden begon, toen het land in het leven werd geroepen. De staat kreeg toen zijn eerste contouren met het verschijnen van twee documenten: eerst de Onafhankelijkheidsverklaring en iets later de grondwet. De idealen, rechten en vrijheden van burgers werden voor het eerst opgeschreven.
Maar wat betekenen die idealen en principes nog in een diep verdeeld Amerika? Staan ze nog wel overeind? Houden Amerikanen zich überhaupt nog bezig met de gedachten van de founding fathers?
"Lange tijd was het idee: nou ja, we zijn er eigenlijk zo'n beetje", zegt de Nederlands-Amerikaanse historicus Marjoleine Kars. "Maar nu beginnen mensen zich te realiseren dat vrijheden nooit vanzelfsprekend zijn. Dat die altijd weer kunnen afbrokkelen."
'Als gelijken geschapen'
Op 4 juli 1776 werd de Onafhankelijkheidsverklaring van de Verenigde Staten goedgekeurd. De dertien Amerikaanse koloniën maakten zich daarmee onafhankelijk van het Britse rijk.
In één zinsnede brengt dat document de misschien wel bekendste idealen van de VS onder woorden: "dat alle mensen als gelijken worden geschapen, dat zij door hun schepper met zekere onvervreemdbare rechten zijn begiftigd, dat zich daaronder bevinden het leven, de vrijheid en het nastreven van geluk".
"Voor veel Amerikanen zegt Onafhankelijkheidsdag niet zo veel", zegt Kars vanuit haar woonplaats Cambridge in de staat Massachusetts. "Mensen denken aan hotdogs, vuurwerk en parades."
Maar zij merkt dat er sinds kort meer bewustzijn is van de vrijheden en rechten die in de 18e eeuw zijn vastgelegd. Dat komt volgens haar doordat de huidige regering die fundamentele principes onder druk zet. Zoals het demonstratierecht, dat in de grondwet is verankerd.
"Mensen wordt angst ingeboezemd."
Marjoleine Kars
Als voorbeeld noemt Kars de celstraffen die vorige week zijn opgelegd aan betogers die meededen aan een demonstratie bij een gevangenis in Texas van immigratiedienst ICE. Sommige veroordeelden hadden tijdens het demonstreren geweldsdelicten gepleegd, maar anderen kregen voor veel kleinere vergrijpen straffen van 30 tot 50 jaar.
Daar is veel kritiek op gekomen, en meerdere veroordeelden gaan in hoger beroep. Maar wat Kars betreft, is het kwaad al geschied. "Zulke draconische straffen zijn bedoeld om mensen angst in te boezemen", zegt ze. "Zodat ze niet meer demonstreren."
Mede doordat strafrechtelijke normen zo ver worden opgerekt, beginnen mensen zich achter hun oren te krabben, merkt Kars. "Ik denk dat juist in een tijd zoals deze, we weer beginnen terug te grijpen naar de idealen waar we zo lang niet over hebben nagedacht."
Een "aanval op de democratie". Zo typeert Kenneth Roth, voormalig directeur van Human Rights Watch, het handelen van het Witte Huis van de afgelopen tijd. Toch vindt hij dat de "vangrails" die de democratie moeten beschermen hun werk doen. En dat de afkeer tegen alleenheerschappij diepgeworteld is in de maatschappij.
"Ook al doet Donald Trump alles wat in zijn macht ligt om de Amerikaanse democratie te ondermijnen, en ook al zou hij zichzelf graag tot koning willen uitroepen, de democratie is weerbaar", zegt Roth vanuit zijn woonplaats Princeton in de staat New Jersey.
In zijn ogen loopt het Congres aan de leiband van Trump, maar blijven rechters in het hele land de macht van de president inperken. Hij noemt ook andere voorbeelden van tegenspraak, zoals de rechtszaak van de Harvard-universiteit tegen Trump en de miljoenen Amerikanen die hebben meegelopen in 'No Kings'-demonstraties de afgelopen maanden.
De symboliek van die demonstraties is veelzeggend. De founding fathers van de VS hebben zich 250 jaar geleden onafhankelijk verklaard van de Britse troon omdat zij klaar waren met het gedrag van koning George III.
In hun Onafhankelijkheidsverklaring staat een lange lijst van manieren waarop zij zijn geschoffeerd en onderdrukt door de monarch aan de overkant van de Atlantische Oceaan. En hoe dit in het nieuwe Amerika niet meer getolereerd gaat worden.
In aanloop naar 4 juli dit jaar werd president Trump volop met de despoot koning George vergeleken. Trump zelf wijst die vergelijking van de hand. Toch leidt de manier waarop hij de 250e viering van de onafhankelijkheid naar zich toetrekt tot aanhoudende kritiek.
Mensenrechtenwaakhond Kenneth Roth is ook vol lof over de Amerikaanse media. De pers blijft het handelen van de president nauwlettend onderzoeken ondanks pogingen van de regering-Trump om kritische journalisten de mond te snoeren, zegt hij. "De media blijven terugduwen. Niemand kan zeggen dat we censuur hebben in Amerika."
De vrije pers is een van de oudste idealen van Amerika, ouder zelfs dan de opstand tegen de Britse heerschappij. Founding father Benjamin Franklin begon zijn eigen krant, The Pennsylvania Gazette, in 1728. Die gebruikte hij om de geesten in de Amerikaanse koloniën rijp te maken voor de revolutie.
Persvrijheid gaat ook Don Lemon aan het hart. De voormalige CNN-presentator werd eerder dit jaar opgepakt nadat hij in Minnesota verslag had gedaan van een anti-ICE-demonstratie.
Betogers waren tijdens een gebedsdienst een kerk in de stad Saint Paul binnengegaan. Daar lieten ze hun ongenoegen horen over het incident op 7 januari waarbij een ongewapende vrouw door ICE-agenten werd doodgeschoten.
Ondanks dat zijn livestream liet zien dat journalist Lemon aanwezig was om demonstranten, kerkgangers en de predikant te interviewen, werd hij weken later opgepakt en aangeklaagd. Hij zou hebben voorkomen dat de kerkgangers en hun voorganger gebruik konden maken van hun vrijheid van godsdienst, een grondwettelijk beschermd burgerrecht.
"Een journalist moet vrij zijn om te gaan en staan waar het nieuws is, of dat in het Congres is, in de Senaat, of in een kerk", zegt Lemon tegen de NOS. "Het is geen toeval dat persvrijheid in het eerste amendement van de grondwet vastgelegd is. Dat is de basis van de grondwet. Zonder die vrijheid klapt de rest in elkaar."
Botsende idealen
Blijkbaar leven de principes en idealen uit die eeuwenoude Amerikaanse documenten nog volop. Ze worden in ieder geval vaak genoemd in de rechtbank, in de media en in de politiek. Maar er lijkt weinig consensus te zijn over hoe die idealen moeten worden ingevuld.
Dat is niets nieuws, zegt Russell Shorto, directeur van het John Adams Instituut in Amsterdam en auteur van meerdere boeken over de vroege koloniale tijd in Amerika. Verwarring over waar Amerika voor staat heeft zijn oorsprong in het verre verleden, zegt hij.
Om dat te begrijpen, moeten we volgens Shorto nog verder terugkijken dan de geboorte van de VS in 1776. We moeten snappen hoe de Engelse Puriteinen en de Nederlandse kolonisten in Noord-Amerika dachten, zo'n 400 jaar geleden.
"Amerikanen ruziën met elkaar over scheiding van kerk en staat."
Russell Shorto
Vanuit zijn woonplaats in de staat Maryland beschrijft Shorto twee visies die toen leefden. Aan de ene kant had je de streng christelijke Puriteinen die zichzelf zagen als het uitverkoren volk dat van God een exclusief protestantse maatschappij mocht oprichten.
Aan de andere kant waren er de Nederlanders in Nieuw-Amsterdam, het huidige New York. Die waren individualistisch en wilden vooral zakendoen. Ze vonden het verstandig om tolerant te zijn ten opzichte van buitenstaanders en verschillende levensovertuigingen want dat was bevorderlijk voor de handel.
"Deze twee ideologieën zijn in Amerika altijd in conflict geweest met elkaar", zegt Shorto. "En dat zien we heel sterk terugkomen in onze tijd."
Shorto ziet het christelijk nationalisme van veel Trump-aanhangers als voortzetting van de Puriteinse visie. In het gepolariseerde Amerika van vandaag staan zij lijnrecht tegenover de liberale kiezers die voorstanders zijn van een diverse, inclusieve maatschappij - de erfgenamen van Nieuw-Amsterdam.
Die botsing is ook te zien als het gaat om scheiding van kerk en staat, zegt Shorto. "Veel Amerikanen twisten over de vraag of scheiding van kerk en staat is vastgelegd in de founding documents. Religieus rechts wil dat Bijbelles wordt gegeven op openbare scholen. Anderen zeggen: nee, dat zou één religie een bevoorrechte positie geven boven alle andere."
Religieus rechts is op dit onderwerp aan de winnende hand, zegt historicus Shorto. Hij wijst erop dat de staat Texas kortgeleden verschillende Bijbelteksten op de verplichte leeslijst heeft gezet voor openbare scholen.
Volgens Shorto komen zulke botsingen over idealen en waarden geregeld voor in democratieën als de VS. "Idealen worden nooit helemaal gerealiseerd", zegt Shorto. "Het verhaal van elk democratisch systeem is er een van strijd en komt neer op een voortdurend conflict over de burgerrechten."
"Ik realiseer me nu dat voor het grootste deel van mijn leven wij in een soort ahistorisch sprookje hebben geleefd", zegt Shorto. "We dachten dat al deze grote kwesties besloten waren en dat we over konden gaan tot de orde van de dag. Maar nu zie je ineens hoe het is om in zo'n periode te leven waar ik als historicus normaal gesproken over schrijf: een periode van grote veranderingen waarin het voor veel mensen erop of eronder is."
Collega-historicus Marjoleine Kars stelt dat de geschiedenis "nooit een opgaande lijn heeft". De VS heeft meerdere periodes gekend van "grotere vrijheid, waarin meer mensen op gelijke voet mee mochten doen, en dan weer periodes waarin dat allemaal onder druk stond", zegt zij. "En zeker in de Verenigde Staten maken we nu een periode mee waarin die gelijkheid erg onder druk staat."
Voor dit artikel heeft de NOS de Amerikaanse ambassade verzocht om een interview met ambassadeur Joseph Popolo, maar de ambassade heeft het verzoek afgewezen. De ambassadeur heeft er wel mee ingestemd om een algemene reactie te geven op de uitlatingen van onze bronnen. Hij wijst hun kritiek op de regering van de hand, en schrijft dat de Verenigde Staten tijdens deze onafhankelijkheidsviering "op een geschiedenis reflecteert die is gewijd aan het verder brengen van individuele vrijheid en de rechtsstaat". Hij schrijft verder dat de VS en Nederland op basis van "gedeelde democratische principes" zullen samenwerken om "vrijheid en veiligheid de komende 250 jaar te beschermen".
Colofon
Redactie
Robert Chesal en Wouter Hoogland
Ontwerp
Thijs Geritz

